zondag 3 augustus 2008

Week 23-29: Time of my life

En daar is ie dan! Als uitsmijter van mijn Japan-avonturen, het laatste blogverhaal, want het zit er alweer op. Anderhalve maand geleden kwamen de warme zomerdaagjes rustig aanwaaien waar ik heerlijk van heb genoten op het strand, met een verkoelend pilsje op het terras, zwetend op een enorme berg puin, ontspannend in een buitenbad, of binnen in een donkere bios. Bios? Uhu, het Japanse leventje gaat lekker en een flauwe komedie mag dan ook niet ontbreken. Niet dat ik alles snapte, maar voor non-verbale humor hoef je geen Japans te kunnen.
En dan plots, wanneer alles soepeltjes verloopt, dreigt het JNI alle vrije tijd op te slokken, want het einde is in zicht. Een greep uit deze prachtige ervaringen: een JETRO toets op zondagmiddag, de JLPT3 toets voor de derde/vierde keer, een sayonara-speech voor 80 man in het Okura hotel inclusief velerlei saaie repetities vooraf en een uitje naar het Matsushita Instituut, dat slechts 1,5 uur van Tokio verwijderd ligt, maar 3,5 uur van Hitachinaka.
Maar dan, nadat ook het laatste weekend in Tokio (of Hitachinaka) geheel in het teken van het JNI heeft gestaan (2 koffers verhuizen == 2 dagen op het JNI), hebben we vakantie! Welverdiend welteverstaan! Wel wel wel, 10 daagjes met ontspannen billen op het strand, of juist helemaal niet, het kan allemaal, want wij zijn los!

Maar eerst even terug naar een of ander Europees voetbal toernooitje, eentje waarin de eerste ronde belangrijker is dan winnen. De vorige keer, ben ik na een avondje stappen en een reportage “voetballen tegen Frankrijk doe je zo” om 3:45 direct doorgerezen naar Hakone. En dat verliep verrassend soepel ook. Dus, reden genoeg om er de week erop een schepje bovenop te doen, want we zijn immers nog jong. Het begint vrijdagavond, na een potje basketball met Japanse maatjes, een vrolijk biertje met Tom en “King” in Mito, gevolgd door misschien wat whiskey, snackbar, tequilla en clubben, waarna King’s chauffeur ons netjes thuis afzet. Het is altijd fijn wakker worden naast Tom’s voeten en we praten elkaar moed in voor onze kruistocht richting de Mini-Mart, die eindigt in een welverdiende lunchpauze 5 minuten later, pal voor de Mini-Mart. Echter, voor we het in de gaten hebben, zitten we plotseling in Mito op een bankje, met een koude rakker in de hand en loopt een maatje van Tom ons tegen het lijf. Precies de juiste impuls op het juiste moment, en korte tijd later zitten we in een verdomd goed yakitori-tentje te genieten, worden we telefonisch op de gastenlijst gezet voor een reggae feestje, en belanden we in de beste reggae-party ooit (en eerste). En dan, om deze mooie avond af te toppen, zetten we ’s nachts de TV weer aan om te zien hoe We worden ingemaakt door Guus Hiddink en kornuiten, na ons tot 6:30 wakker gehouden te hebben. Dju! Gelukkig heb ik nog ruimvoldoende tijd voor een douche en een powernap, want ik hoef pas de trein van 8:46 naar Tokio te hebben, om me in Shibuya voor 12:00 aan te melden voor een 3 uur durende officiële toets over Japans kantoorjargon (business language). Da’s boffen! Deze toets dekt alle niveaus, van beginner tot Japanner, maar is hoe dan ook voor ons te moeilijk. Dat is ook de reden waarom hier tijdens de lessen nauwelijks tijd aan is besteed, en andersom de reden waarom het veel te moeilijk voor ons is. Waarom we deze toets dan toch officieel afleggen is mij een groot raadsel, maar anderzijds wel een schaarse vrije zondag waard.

Achteraf gezien een nog betere tijdsbesteding, is surfen met Sjors Hayakawa en Tom. Maar dit kon gelukkig ook een week later, op hetzelfde strand en met de spullen van dezelfde surfshop als de vorige keer. De golfjes echter, waren niet hetzelfde, maar laf te noemen. Voor beginners Sjors en Hayakawa geen excuus om op dag 1 geen golfjes mee te pikken. Al moet er wel bij vermeld worden dat Hayakawa (snelle rivier) zijn naam mee heeft. Voor mij geen reden om achter te blijven en het mooiste moment komt wanneer Sjors en ik naast elkaar liggen te dobberen, dezelfde golf pakken, tegelijkertijd opstaan, erachter komen dat hij natural staat (links voor) en ik goofy (rechts voor), wat de perfecte situatie genereert voor een, high five natuurlijk! En de bijbehorende bombarie kan dan ook niet achter blijven. Dit hoogtepunt overtreft zelfs de gelanceerde Tom en board landend op mijn rug, wat de vorige keer voor veel ophef zorgde. Wat de vorige keer een goede les had kunnen zijn, is insmeren voor, tijdens en na het surfen, tegen de fel brandende zon. Maar je raadt het al, die les hebben we destijds geskipt, zodat er eventueel over ezels en stenen gemompeld kan worden. Met onze rode gezichtjes, melden Hayakawa en ik ons bij de gokon georganiseerd door Inoue, goeie makker. Dit werkt als volgt: Inoue nodigt een stel maatjes uit en zijn vriendin doet hetzelfde, en je gaat ergens eten en drinken in een izakaya. Dolle boel dus. Haha nee serieus, mooi principe, moest ik maar eens introduceren in Nederland.

Wat in Nederland ook maar eens geïntroduceerd moest worden, is een berg van formaat Fuji. Of juist niet, maar in ieder geval een mooie brug naar het volgende verhaaltje. Mount Fuji, 3776m schoon aan de haak, mag gedurende 2 maanden per jaar beklommen worden, wegens barre omstandigheden en overprotectie van de overheid (of iets dergelijks). Het seizoen begint in juli, en wij zijn er als de kippen bij. Met 15 man sterk welteverstaan. De bus brengt ons naar de 5e verdieping, op zo’n 2300m hoogte, waar de tourgids ons tergend langzaam naar de 8e verdieping begeleidt. Tergend langzaam is zonder grappen, voetje voor voetje bij te houden. En wanneer de helling echt begint, wordt de snelheid, zonder grollen, nog gehalveerd ook. Achteraf maar goed ook, want hoogteziekte is geen pretje, aldus menig medebeklimmer. Op 3400m staat een hutje, waar verrassend veel mensen in kunnen, wanneer je ze tot aan de zolder schouder aan schouder op een matje neerlegt. Staan is geen optie, maar ook niet handig voor een dutje. Om 2:00 worden we gewekt, en dienen we alle kleding aan te trekken die we hebben meegenomen, want het is ijs- en ijskoud. Tijdens het uitpakken merk ik al snel hoe zuinig ik ben geweest om gewicht te besparen, maar een muts met alle kleuren van de regenboog erop maakt alles weer goed. Hoewel het pikke donker hoort te zijn, staat er vanaf de 8e een file tot aan de top, en heeft iedereen een lamp mee, en schijnen ze allemaal precies in mijn ogen. Halverwege geeft de gids eindelijk toestemming om op eigen tempo naar de top te gaan, wat Eduard Rob en ik ons geen twee keer laten vertellen. In een idioot tempo stormen we naar de top, waar de zon staat te popelen op te komen. Het klaart op, de zonsopgang is prachtig, het rondje om de krater zelfs mooier, en de wolken mogen weer terugkomen. Het uitzicht over de wolken vind ik eigenlijk nog mooier, dus ben blij verrast dat ik van alles wat mee heb kunnen pikken. De klim heeft totaal zo’n 8 uur geduurd en gelukkig mag de afdaling op eigen tempo. Van stevige looppas naar snelwandelen, rennen we in 1,5 uur terug naar de 5e verdieping, waar we 2,5 uur moeten wachten op de rest. Na 2 dagen zonder stromend water, is de inbegrepen onsen op de terugreis zalig. Met je maatjes buiten in een warm bad, terwijl boven je een knallende onweer uitbarst, wat wil je nog meer?

Een gelijkende onweer barst uit in het JNI, wanneer voor de zoveelste keer de verhuizing besproken wordt. Verhuizing, verhuizing, oftewel 2 koffers van je kamer naar het JNI. Hoe kan het dan toch gebeuren dat je het hele weekend op het JNI moet zijn om 2 koffers te verplaatsen? Nou zo: zaterdag leg je je koffers klaar die naar de luchthaven moeten, en zondag lever je je kluissleutel in. Zo werd het zonder grappen geformuleerd. Ondergetekende vergeet zijn sleuteltje zondag mee te nemen, maar is blij dat hij niet voor niks is gekomen, want hij weet 2 saaie uren later precies hoe erg we waarvoor moeten oppassen gedurende ons laatste tripje en is velerlei “grappige” anekdotes over voorgaande JPP-ers rijker. Het JNI voelt wat dat betreft precies goed aan, waar ik mijn laatste vrije zondagmiddag aan wil besteden. Net als het verplicht uitwerken van een ondoenlijk gedetailleerd kosten overzicht van de afgelopen 7 maanden. “We doen niet aan gemiddeldes, alleen aan werkelijke kosten, zoals de metro, je lunch, stomerij, etc.” “Zo kunnen we beoordelen wie te kort kwam en kunnen we diegene compenseren.” Klinkt op zich aardig, maar het kost gewoon erg veel tijd en het is Verplicht. En dat niet alleen, de week erop krijgen we te horen “*zucht*, ja, jullie hebben wel wat ingezonden, maar hier kunnen we niks mee. De overzichten zijn te verschillend en niet met elkaar te vergelijken, dus hier gaan we verder geen tijd meer in stoppen.” Wat?! Oioioi.

Voor en na de gestresste volle woensdagen (halve dag vrij is meer uitzondering dan regel) op het JNI is het bijkomen bij Hitachi, waar mijn onderzoek ruim op tijd is afgerond en gerapporteerd. De presentatie op de voorlaatste dag is ditmaal in het Engels, als oefening voor de medewerkers. Hoewel een grote zaal is gereserveerd, is de opkomst genant mager en zie ik tijdens de presentatie veel glazige oogjes knipperen. Uit de gestelde vragen, die weinig met mijn verhaaltje te maken hadden, blijkt dat het niet te volgen was, of dat het Engels onder Hitachi medewerkers bagger is. Het conservatieve Hitachi is gigantisch in Japan, maar bescheiden internationaal, wat ook weerspiegelt in het feit dat ik de enige buitenlander ben in het gehele Research & Development team bestaande uit zo’n 350 man. Maar gelukkig heeft mijn begeleider wel alles begrepen, en lijkt hij erg tevreden te zijn met het resultaat. En dan ben ik ook gewoon blij. Achteraf zijn verscheidene collega’s die niet bij de presentatie aanwezig konden zijn, alsnog langsgekomen of ik de presentatie nog een keer wilde houden, in het Japans. Heb ik m toch niet voor niks voorbereid.

Wat ook niet voor niks is voorbereid (wederom zo’n sterke brug) zijn de mooie afscheidsfeestjes van mijn maatjes van Hitachi, collega’s en makkers. Mijn maatjes van Hitachi zijn diegenen die ik via via heb leren kennen (basketbal, etc) en niet de directe collega’s waar ik vrij weinig mee heb. De avond ervoor heb ik met de jongens en meisjes van het vers opgerichte “baskebu”, oftewel basketbal afdeling, na de training een biertje gedronken, en misschien ook wel 2. Het takoyaki russian roulette principe werd uitgelegd, wat simpelweg een schaal met 8 hartige poffertjes inhoudt, waarvan eentje volledig gevuld is met een dikke klont mosterd of wasabi. Bofkont dat ik ben, weet het speciale poffertje er 3x op rij uit te pikken. Rond 4 uur besluiten we toch maar richting huis te gaan, want de volgende dag moet er gewoon gewerkt worden. Een dagje staren voor ome Koos weliswaar, want de eindpresentatie was gisteren en alles is afgehandeld. Wat rest is een eindspeech aan het einde van de werkdag, en mijn afscheidspartijtje, wat simpelweg een avondje snackjes en drankjes is, gevolgd door karaoke en gekakel tot diep in de nacht, gekleed in een yukata die ik als afscheidskado heb kregen. Uitgezocht door mijn beste maatjes Inoue en Hayakawa.

Zondagavond, met nog 10 daagjes Japan te gaan, pakken Eduard en ik het vliegtuig naar de zuidelijke eilandengroep Okinawa. We vliegen door naar Ishigaki, vanwaar een ferry ons naar heb subtropische Iriomote brengt, een idyllisch eiland waar we tevens Robert en Julia ontmoeten. Het eiland is amper bewoond en ideaal om rond te scooteren om de vele prachtige stranden op te zoeken en over de uitgestrekte diepblauwe zee te koekeloeren. We hebben gekayakt door de mangroves, gebarbequed in de tuin van het hostel, awamori gedronken met “medebewoners”, gebadderd onder een waterval en veel mango, ananas en dragonfruit verorberd. Op Zamami eiland zit een prachtige snorkelspot met veel koraal, vissen in alle kleuren van de regenboog, en heb ik Nemo eindelijk gevonden. Hij herkende mij blijkbaar niet, want bij het aanbieden van een high five nam hij de benen. Op het hoofdeiland Okinawa-honto zit centraal een enorme Amerikaanse basis gevestigd, wat een aparte sfeer met zich meebrengt. Laag overvliegende F16’s en B52’s, hamburgerketens, tattooshops, grafitti en hangjongeren staan in groot contrast met het immer vredige ogende rest van Japan. Echter, hoe somber deze streek overdag overkomt, hoe levendig het ’s avonds wordt wanneer duikers terugkeren na een inspannende dag voor een welverdiende rakker. Op de dag dat ik doorvlieg naar Hiroshima, blijkt een typhoon in aankomst waardoor er niet in zee gezwommen of gesnorkeld mag worden. Een frisse wind wakkert gedurende de dag aan en de plotselinge regenbuien zijn meer dan welkom op het hete benauwde Okinawa. Uiteindelijk blijkt alles mee te vallen en vertrekt het vliegtuig gewoon volgens schema.

Waarom Hiroshima zou je je kunnen afvragen? Het ligt onderweg naar oma en opa in Tsuyama, die ik voordat ik naar Nederland vertrek nog wilde ontmoeten. In maart ben ik voor een paar uurtjes in Hiroshima geweest, maar was ik te laat om het peace memorial museum te bezoeken. De geschiedenis over WOII en De Bom staat er helder en objectief uitgelegd, met originele brieven over De Beslissing, kippenvelbezorgende foto’s waaruit blijkt hoe machtig het wapen is, en de huidige stand van zaken zoals de H-bom en neutronenbom. Op een muur zitten ontelbaar veel brieven geplakt, van na de oorlog tot en met nu, voor elke kernproef een brief, met het verzoek aan de betreffende overheid hiermee te stoppen. De geschiedenis zou een les moeten zijn, maar er wordt slecht geluisterd. De twee maatjes die ik maart hebben gemaakt, brachten me ditmaal met de auto naar een kleurrijk festivalletje in de bergen, de Kintai brug in Iwakuni, rond zonsondergang naar een uitkijkpunt over Hiroshima om vervolgens af te sluiten met sushi, sashimi en bier in een gezellig eettentje.

De dag erop vertrek ik op tijd richting Tsuyama, waar ik met oma in het ziekenhuis van opa afspreek. Ik ben er net eerder en loop opa’s kamer alvast binnen. Opa ziet er ietsje beter uit dan de vorige keer en glimlacht wanneer hij mij herkent, wat zichtbaar moeite kost. Maar hij is blij, en dat ziet oma ook, die schijnbaar op het kruispunt voor het ziekenhuis op mij heeft staan wachten. Zij kon natuurlijk ook niet weten dat ik een shortcut had gevonden. Neef Kazutaka komt ’s avonds met vriendin langs voor een avondje doorzakken en vuurwerk afsteken. Het plan is om de volgende dag naar zee te gaan, wat wegens slecht weer uiteindelijk een zwembad is geworden. Hoe dan ook een ontspannen aangelegenheid om bij te komen van de afgelopen drukke weken. De laatste avond in Japan, in Tokio, is karaoke met JPP-maatjes, inclusief jury en Guus Meeuwis. ... ik heb eigenlijk nooit last van heimwee gehad, maar de mensen ze slapen, de wereld gaat dicht, en dan denk ik aan Brabant, want daar brandt nog licht.

Eenmaal terug in het land, na 7 maanden Japan, een jetlag en een wekenlang slaaptekort, dwarrel ik door Eindhoven en observeer de Brabanders. Het zonnetje schijnt en mijn “eerste” indruk is anders dan verwacht. Wat een aardig, vrolijk en gezellig volk zijn wij toch, heb ik om daar achter te komen zolang naar het verre Oosten moeten gaan?

2 reacties:

Anoniem zei

Mooi afsluitend verhaal!! Ook mooi dat je weer terug bent.. Vrijdag bbq he?! Ik bel nog wel!

よろしく Frank

Nog een mooi spreekwoord:
貧乏怖いものなし

Anoniem zei

Koeiekop!!

ben blij oe lillike kop weer te hebben gespot toen ik uit het raam bliekte gisteren..
ge wart bruin!!!

en balen dat Nemo je niet herkende...hij kan je geen high five geven want hij heeft 1 korte vin,en als hij met zijn goeie vin je een high five moet geven valt ie om....of niet?? :S

anyway...misschien kunnen we bijkletsen dit weekend,tijdens een major event--> Heeze Kermis!!! Jaja,dat mag je niet missen...

Lebber over je behaarde gezicht,HoiLing