Beste lezer,
Je zult je ongetwijfeld afvragen of ome Koos nog net zoveel te vertellen heeft als in de dagen dat hij enthousiast het Tokiose metrosysteem analyseerde. Nee natuurlijk niet. En zodoende wordt het pitje weer ietsje zachter gezet, en passen er maar liefst 4 weken in deze editie. Op stage verloopt alles volgens plan, heb na vele pogingen eindelijk een surfboard beklommen, na wat misschattingen toch nog in de schaduw van 120 meter Buddha gestaan en mijn pruik officieel laten vastleggen door een beroepsfotograaf. Waar in het Ritz Carlton Hotel met geld werd gesmeten, vlogen ons in Hakone diverse aroma's om de oren. En onverwachts heb ik met mama en Kazutaka (neef) sushi gegeten bij oma.
Na een rappe daling in lichaamskracht en complicaties gedurende de voeding is opa sterk achteruit gegaan sinds ik hem voor het laatst heb gezien, afgelopen maart. Lettende op de gezondheid van opa afgelopen jaren, zat het er ongetwijfeld aan te komen, maar je realiseert het je pas nadat je hoort dat het echt slecht gaat. Op maandag 26 mei belde oma als eerst de verst weg wonende familieleden op om deze over de situatie in te lichten. Dinsdag zit mama al in het vliegtuig en op de woensdag dat ze landt licht ik het JNI in dat ik mogelijk plotseling richting Tsuyama moet. Yanagisawa-san reageert fel dat ik het liefst de volgende trein moet pakken, omdat het anders te laat kan zijn. Na deze onverwachte reactie gehoorzaam ik, pleeg wat telefoontjes, krijg de nodige centen geleend voor de shinkansen-tickets en kom ik na 5,5 uur reizen in Tsuyama aan waar ik in de regen word opgehaald door Kazutaka, met mama en oma. Opa is erg vermagerd, maar gelukkig met zijn hoofd er nog wel bij en aan zijn twinkelende ogen te zien erg blij dat wij hem komen bezoeken. Misschien weet hij wel waarom, misschien ook niet, maar wanneer we hem de volgende dag bezoeken ziet hij er plots een stuk beter uit. Anders dan zijn tengere handen doen vermoeden, is zijn handdruk verrassend stevig, wat me de vorige keer ook opviel. Bij vertrek heft opa zelfs zijn hoofd een stukje op, en tilt hij zijn arm om ons “uit te zwaaien”. De dokter denkt dat opa het nog wel eventjes vol houdt. Oma heeft zich de afgelopen weken erg druk zitten maken, over eventuele plechtigheden en mogelijke scenario’s. Na dit relatief goede nieuws, het luchten van haar hart en het overleggen met tante Masako en mama over wat er moet gebeuren, ziet oma er opgelucht en ontspannen uit. Een kopje bier kan er zelfs in, en om 21:00 in slaap vallen ook.
Even iets anders, sport bijvoorbeeld. Ik ben niet vies van wat lichaamsbeweging, en heb zowaar weer tegen wat balletjes getrapt, hier en daar een bal richting een netje gesmeten en honkbal, eh, gekeken. Maar dan wel de Tokio Giants in het eivormige Tokyo Dome. Wat een ideale tijdsbesteding voor een zondagmiddag! Na een stevig house-feestje in the Unit tot in de vroege uurtjes, staan we met een groepje JPP-ers bijzonder inefficiënt kaartjes te bestellen aan de balie. In verschillende rijen staan, toch naast elkaar willen zitten en apart betalen, je kent het wel. Afijn, voor de wedstrijd is er nog genoeg tijd voor een terrasje onder het genot van slechte live muziek, en om de 5 minuten achtbaangegil, die zich om- en door gebouwen kronkelend een weg baant. Sjors, Kirsten en Evelien komen erachter dat de rij voor de klassieke boomstam te lang is, wat in mijn ogen weer wat “mijn broek is nat” scheelt. Eenmaal in de overdekte Dome, hoor ik een brasorkestje wat vrolijke deuntjes toeteren, lopen er talloze dames met bierrugzak en zie ik plots de eerste bal de lucht in vliegen. Hehee we zijn al begonnen! Geen scheidsrechterfluitjes hier, dus opletten. Qua overzicht hebben we de beste zitplaatsen, helemaal bovenin. De wedstrijd duurt zo’n 3 uur, met de nodige home-runs, speelgoedkanonnen (kanonnen die speelgoed het publiek in schieten), cheerleaders en YMCA in de pauze, een zeppelin door het veld, een slapende Japanner naast mij, een bal helemaal tegen het reclamebord en een tweeën gesplinterde knuppel vliegend door het veld. Mooie wedstrijd, en wanneer we bij de uitgang komen, worden we hard naar buiten geblazen. Even denken, overdekt stadion, 10.000en mensen, sport lampen warmte, hoge druk, OK à adem en zweetlucht perst ons naar buiten.
Na wekenlang het weer checken, de golven checken en de kater checken, valt zaterdag 7 juni alles op zijn plaats. De avond ervoor pakken Tom en ik nog even een pintje Kilkenny’s in de plaatselijke Ierse pub en spreken we de volgende ochtend om 9:00 af op het station. De Brit is toffe gast en weet qua humor wel de juiste snaar te raken door met 70’s haarband op te komen draven. We huren onze surfspullen bij een gezellig surfshopje, waar we ons lekker thuis voelen en de wetsuit zowel binnenstebuiten als achterstevoren aantrekken. Het is maar goed dat we zeiden dat we beginners zijn, want we waren zo door de mand gevallen. De omstandigheden zijn perfect, beetje zon, beetje sluierbewolking zodat je niet meteen verbrandt en golfjes van 1,0-1,5m die je wel vaart geven, maar niet opeten. En dat, wisten de andere 100 surfers geloof ik ook. Smerig was de zee trouwens ook, met wat plasticjes tussen je tenen, zeewiersliertjes op je wang, en een veegje wc-papier in Tom’s haarband. Wat ons trouwens opviel, is de gevarieerdheid onder de surfers, zoals een degelijke 40+er op een short-board, een kale dikkerd die ons rap inhaalt en een dametje keurig met handschoentjes en hoedje op, kaarsrecht op haar long-board. Na een goede dag spartelen zijn we moe en lopen richting het station en pikken we onderweg een drankje. Hier besluit Tom dat hij zijn mobiel toch niet kan achterlaten, en lopen we weer terug naar de surfshop, waar de eigenaar weer staat te grijnzen. Hij voelt ons goed aan en komt met 2 biertjes op de proppen zetten. Mooie vent, goeie shop, hier komen we zeker terug.
Na zo’n 3 maanden de kappers te hebben ontlopen, staat er plots een foto-shoot op het programma. Een officiële foto voor het foldertje bij de diploma uitreiking in Den Haag. Het alom bekende dilemma onder menig kerel is, dat wanneer je naar de kapper gaat, je kapsel zo’n 2 weken nodig heeft om te herstellen, maar als je niet gaat, je pruik nog voller wordt. Wat doe je dan? Je stelt de keuze uit, en dat is dan eigenlijk je keuze. De foto’s worden ’s middags geschoten door een professional, van een familiebedrijfje dat vroeger soldaten fotografeerde voordat ze hun wellicht laatste missie ingaan, gezellig he. Deze hapenning in pak wordt gecombineerd met een ochtendje troep plukken, op de zogeheten gomi zero day (afval nul dag). Precies zoals het klinkt is dit een saaie bedoeling. Waarom snap ik eigenlijk nog steeds niet, want in februari begreep ik dat heel Tokio die dag de straat zou opruimen, in mei begreep ik dat alleen het stadsdeel Chuo-ku dat deed, maar het gaat uiteindelijk maar om 1 appartementencomplex, waar 3 JPP-ers wonen. De bewoners zelf nemen genoegen met een opkomst van pak ‘m beet 10%, en JPP laat met een opkomst van 100% blijken dat zelfs Hitachinaka niet te ver is om rotzooi te rapen.
Maar om even terug te komen op de kapper, die heb ik kort erna bezocht, en meteen ook de beste kapper van de hele wereld gevonden. Je schuift aan, en naast je komt gezellig een appelfrisse dame met notitieblokje overleggen hoe je je kapsel wilt hebben. De haartjes worden zorgvuldig gewassen en hop een vinger in het oor bij het afdrogen, en na wederom aanschuiven wordt er ritmisch op je kop getikt, op de schouders gemept, onder het mom van een massage. Mijn taak is om het gezicht in plooi te houden, want de lachspieren zitten te popelen. Nu mijn haren er echt klaar voor zijn, komt de kunstenaar modieus aanstuiven, neemt het notitieblokje over, checkt het verhaal en begint met artistieke halen wat plukken van mijn helm te knippen. En alsof het resultaat niet verbluffend genoeg is, komt de appelfrisse dame na afloop met een vreemd krom schaartje mijn wenkbrauwborstels in model knippen. Ja ja Frank en Rik, dat lezen jullie goed. En jij trouwens ook Chris.
In Ushiku staat ’s werelds grootste Buddha, 120 meter betonnen boetseerwerk dat zo’n 5 jaar geleden in een weiland is gestort. Anders dan een collegaatje aankondigde, staat deze niet naast het station maar 15 km verderop en is om 18:00 de laatste bus al vertrokken. Bij poging twee een week later blijkt dat de laatste bus om 16:00 ook al is vertrokken, dus neem ik na iets te lang overwegen maar de taxi. Deze beste taxichauffeur biedt zelfs aan op mij te wachten voor de terugreis, wat ik afwimpel onder het mom van dat het wel even kan duren. Maar deze beste man wist natuurlijk dat het park al om 16:30 was gesloten, dus ben ik bij deze voor het eerst goed gefopt in Japan. Na wat mislukte poginkjes liften ben ik toch maar in zijn stinktaxi geklommen. Gelukkig heb ik meneer Buddha wel prima kunnen zien, je verbergt 3x Vrijheidsbeeld niet zo gemakkelijk.
Ritz Carlton is Tokio’s duurste hotel en het JPP-bestuur houdt daar het afsluitfeest voor alle bedrijven die hebben meegewerkt aan 12 jaar lang JPP. Dhr. Martijnse (OC&W) trapt af met een praatje waarom het programma moet stoppen, wat in de zaal met pro-JPP-ers niet bijzonder overtuigend overkomt. Dhr. Laurens Jan Brinkhorst vervolgt met een interessante lezing over globalisatie, en oud-premier van Agt luidt net als afgelopen augustus de borrel in op de manier dat alleen hij dat kan, van de hak- op de tak en humoristisch de juiste snaar. Het buffet wordt geserveerd door een restaurant met een Michelin-ster, maar voordat ik me erop kan storten raken Eduard en ik aan de praat met Dhr. Brinkhorst, die enthousiast geïnteresseerd is naar onze ervaringen. Verder worden we vrolijk verrast door 2 docentes van onze Leiden-periode die hiervoor speciaal uit Nederland zijn overgevlogen om ons bij afsluiting te dwingen wat stukken van de overgebleven kazen mee te nemen omdat het zonde is als deze weggegooid worden. Goeie mentaliteit overigens, ik heb al spijt dat ik niet wat sushi in mijn broekzak heb geschoven.
Ik hoef jullie niet te vertellen dat Nederland een aardig potje kan voetballen, maar wel dat ik Japan wakker schreeuwde bij de 1-0 tegen Italie, en de daarop volgende 6 doelpunten. Qua tijdverschil heb ik het best aardig getroffen, want met 3:45 kun je kiezen om laat op te blijven of om vroeg op te staan! Beide ongelofelijk bagger. In praktijk pakt het als volgt uit. Maandagochtend om 3:15 wekker, haarband om, koude biertjes in de fietsmand en op naar Tom’s appartement. Na de beste wedstrijd om 6:30 vrolijk en beschonken in de stralende zon terug voor een powernap van 30 minuutjes, en de dagelijkse sleur kan weer van start. Gelukkig ben ik nu op stage bezig met het implementeren van mijn ontworpen regeltechniek op de echte robotarm, zodat ik ongemerkt in het rustige laboratorium wat tukjes kan doen achter de computer. 3 dagen later ben ik eindelijk zover om de arm voor het eerst aan te sturen, en zie ik deze lomp achteroverzwiepen tegen een of ander rek, en is de sensor vanaf vandaag kapot. Maar treur niet, want meteen na het werken is er catchball, gevolgt door een nomikai en stappen met een stel Hitachinakanaren, de wedstrijd tegen Frankrijk om 3:45, en de eerste trein naar Shinjuku (Tokio) om 6:00 waar Sjors Robert en Vivian in soortgelijke toestand mij zitten op te wachten voor ons tripje naar Hakone.
De bus doet er 2 uur over en met het zonnige weer is het er warm te noemen. Vanuit mijn rugzak begint mijn Ritz Carlton kaasje stevig te rieken, die ik inmiddels allang vergeten ben. Een gegeven kaasje moet je natuurlijk ook niet opeten, maar in je tas laten stinken. Bij aankomst ploft Sjors als eerste neer op de eerste beste stoel die hij ziet, voor de receptie. Ikzelf pik de halve rondleiding mee, totdat ik een bank tref in de gezamenlijk ruimte. Na wat halve planningen en een boel overbodig gebrabbel, pakken we de bus naar een groot meer, waar 2 flinke piratenschepen staan opgedekt. Zonder vragen accepteren we dit aangezicht, halen een kleffe panini en enteren het mooiste schip. Tijdens wat rondstaren hoor ik plots “hijs de zeilen”, “maak de aap af”, en tig andere piratenleuzen. Het zijn Sjors en Robert naast mij, met verstand op nul, die lukraak wat rond staan te scanderen. Een 3-4 minuten durende wandeling over de historische weg die Kyoto met Tokyo al eeuwenlang verbind zal ons leiden naar een mooi theehuis met de beste omochi. We zullen het wel verkeerd verstaan hebben, maar na 30-40 minuten vinden we de bouwput. Nu herinneren we dat de gastdame van het hostel ons daarover heeft ingelicht. “remake” had ze het over, nu staat er een tijdelijke schuur. Na deze zware dag gaan we op zoek naar een eettentje, met het lekkerste eten dat we ooit hebben gehad, hoor ik Robert voorstellen. Missie voor 80% geslaagd zeg ik, en de onsen erna doet ons goed. De bonte avond die Sjors en ik aan het organiseren waren, wordt op het allerlaatste moment toch afgeblazen wegens de lage opkomst na het vergeten van uitnodigingen schrijven en het bedenken van de spelletjes en het zelf komen opdagen. De dag erop begint met een ontbijtje en veel Fransozen om ons heen, die het aan een stuk door over jeux-des-boules en camembert hebben. In ieder geval niet over voetbal, want daar hebben ze geen verstand van (^^)d. Na het uitchecken nemen we een kabelbaanrit over een zwavelbronvallei, waarna we uitstappen. In deze meurende zwavelbronnen worden traditioneel eitjes gekookt, waar ze er pikzwart van uit komen. Een eitje laat je maar liefst 7 jaar langer leven, wat ik wel de moeite waard vind. Na genoeg plezier in de stank, pakken we de kabeltrein richting een gigantisch zwem/onsen-paradijs, waar in een idyllische omgeving, baden met wijn, sake, groene thee, koffie of bloemetjes op ons staan te wachten. Wat zeg ik, baden met chloor, geur- en kleurstoffen. In een ander deel van het complex sluiten Sjors en ik tussen de kinderen aan bij de glijbaan, goeie glijbaan overigens en de tweede keer ook. Het bad met visjes die je voeten schoon knabbelen is helaas te druk bezocht, dus hebben we dat maar weer zelf moeten doen.
Afsluitend heb ik gisteren mama en oma nog gesproken en blijkt opa stabiel, maar slaapt steeds vaker. Hopelijk kan ik hem eind juli nog zien voordat ik terugvlieg naar Nederland, maar mocht dat niet het geval zijn ben ik nog altijd erg blij dat ik hem nog een keer heb kunnen zien glimlachen.
Groetjes uit Japan.
dinsdag 17 juni 2008
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)
6 reacties:
Koeienkop!!!
Goed verhaal,het is nu half 1 's nachts...en het duurde me maar liefst een half uur om je verhaal te lezen (met wat overdrijving)
die foto waar je met dat blauwe poppetje op staat!! daar heb ik een film van..hij kan van alles uit zijn buik/buidel toveren!! heeeeel stoere film..
ik hoop dat alles goed met je gaat en beterschap voor je opa....
tot snel!
liefs HoiLing
Computers werken hier op de uni niet echt mee om een reactie te plaatsen (zie bovenstaande). Zou vast ook beter zijn als ik ging studeren ipv jouw verhaaltjes te lezen. Maar was wel weer de moeite waard!
Je zal vrijdag op zaterdag wel gebaald hebben dat je wakker bent gebleven om te zien dat Guus beter is dan Marco. Pff... ik baalde iig wel! Gelukkig hebben we nog wel een sportief succesje weten te boeken door de interne ongeslagen te winnen :D
Het ga je goed en tot over een maandje!
Leon
Koos jonge,
Mooie verhalen ja!
Maar goed, laatste maand daar, dus geniet er nog even maximaal van!
Groeten,
Sjors
Nog maar 25 dagen :D
kusje Naline
ja koos tijd om de souveniers bij elkaar te rapen :) Genoeg mooie gadgets in Japan om voor iedereen iets anders te kopen!
haha grapje he, jouw komst is al genoeg gaan we snel een keer ouderwets stappen op de donderdagavond!
chrisx
Een reactie plaatsen