maandag 19 mei 2008

Week 16&17&18: weken met een goud randje

De Golden Week zit er op, ik heb Naline helaas moeten uitzwaaien en het harde werken zet zich weder voort. Kortom, weer tijd voor een blogverhaal. Het begon allemaal 3 weken geleden, vrijdag 25 april, nog een nachtje slapen en Naline zal na een vermoeiende reis aankomen op Narita Airport…

Vandaag ben ik al in Tokio, want ik ben officieel uitgenodigd om Koninginnedag 5 dagen te vroeg te vieren op de ambassade. Alles is geregeld, ik heb 5 hotels geboekt, en een capsulehotel voor vanavond om een retourtje Tokio-Hitachinaka in tijd en geld uit te sparen. Waarom nou zo veel? Om vakantie in Tokio en Nikko te combineren met werk in Hitachinaka, om het romantische van een traditioneel Japans hotel (ryokan) te combineren met het praktische van een westers hotel, en er is was natuurlijk al het een en ander volgeboekt. De Golden Week, bestaande uit 4 nationale feestdagen, is zo’n beetje de enige ”lange” vakantie die de Japanse salaryman kent. Dit jaar vallen 2 van de 4 dagen in het weekend, wat voor velen Balen met de pet op betekent, maar deze bofkont heeft gewoon een volle week gekregen. En daarbij nog een dagje extra vrijgenomen. En op het JNI ook een dagje vrijgenomen. Afijn, die vrijdag was logistiek een gedoe, om koffer met veel bagage in hotel A klaar te leggen, weekendtas voor de eerste paar dagen in kluisje B en handbagage mee naar ambassade C. Dit gebruik ik ook als excuus om waarom ik als enige in casual shirt en spijkerbroek op kom draven. Niet dat ik de overige 200 man in oranje tuinbroek had verwacht, maar dat eeuwige stijve gedoe met pakken in de ambassade had ik met Koninginnedag niet echt verwacht. Gelukkig 2 andere kerels ook niet, maar die waren volgens mij ook pas 16. Nog even een woordje over de capsulehotel, je slaapt in een capsule van zo’n 2 kubieke meter en verder is het een hostel idee, met gezamelijke ruimtes enz. Overigens geen aanrader, want je capsule “sluit” je af met een gordijntje, zodat je geen enkel knorretje of knarsje zult missen, en zonder te overdrijven heb ik elk uur van de nacht zo’n 4 keer voorbij zien komen. Misschien ook een beetje zenuwachtig, voor morgen? Bang dat ik me verslaap? En terecht! Ik zet m’n wekker wel om 6:30, maar ook op “doordeweeks”. Maar geen probleem, keuze zat om op te staan! 5:13, 5:20, 5:40, 5:58, 6:19, allemaal voorbij zien komen.

Zaterdagochtend sta ik met Sjors en Thijs op het vliegveld, allemaal om dezelfde reden. Na lang wachten zie ik de mijne als eerste door de poortjes verschijnen, en laat ik Sjors en Thijs voor wat het is. Eindelijk na 4,5 maand wachten staat Naline ineens voor mij, mooi he? Qua vermoeidheid staan we ongeveer gelijk, en dat komt goed uit, want er staat veel op het programma. We hebben anderhalve week om Tokio en nabijgelegen Nikko en Kamakura te verkennen, waarna we naar Mito (vlakbij Hitachinaka) verhuizen, omdat ik de laatste 2 dagen helaas weer moet werken. In deze te korte tijd, probeer ik van Tokio zo’n beetje alles laten zien waar ik zelf 4,5 maand voor nodig had.

Een kleine greep van activiteiten in Tokio: Om het overzicht te behouden zijn we hier en daar een toren ingeklommen en komen we met de wijze conclusie dat Tokio groot is, omdat tot aan de horizon bebouwing te zien is. Van een biertje zijn we niet vies geweest, en eigenlijk smaakt ie overal wel goed zoals in Tokio’s playground Shibuya, in de theater- en rosse buurt van Shinjuku (Kabuki), maar ook in Tokio’s gaijin (buitenlanders) uitgaanswijk Roppongi, of gewoon in de hotelkamer na een lange dag toeristen. Het lot heeft ons tevens naar Tokio gebracht om te chillen, zoals in het mooie Shinjuku Gyooen, in het levendige Yoyogi park met talloze bandjes, balletjes, frisbee’s, blikjes bier op picknickkleedjes, trommelaars en niet te vergeten ook een dutje in de tuin van de Keizer. Pittoresque hebben we mee mogen maken in Kagurasaka, een historisch ogend straatje barstensvol eettentjes, in Shinjuku’s Golden Gai met talloze piepkleine oude barretjes die met 5 bezoekers vol zitten en de hippe buurten rondom Ebisu (Naka-meguro, Daikanyama), waar Tokio’s fijnste vooruitstrevende kledingontwerpers hun originaliteit ook via de exterieur van hun winkels willen laten blijken. Hip waren we ook in zuid-Aoyama en Omote Sando, waar elk beetje serieus modemerk al staat te pronken met hun nieuwste concepten, en in Harajuku, waar Tokio’s alto-scene eigenlijk om draait en inspiratie is geweest voor Gwen Stefanie’s album Love Angel Music Baby. Cultureel verantwoord hebben we gedaan in Asakusa op 5 mei, Dag van de Kinderen, wanneer heel Japan vrij is. De creatieveling die de uitdrukking “op de koppen lopen” heeft verzonnen, was destijds ongetwijfeld hier, op 5 mei. En alsof het niet druk genoeg was, kwam er met veel bombarie ook nog een optocht door de nauwe winkelstraat geparadeerd. Verder hebben we even goed de nerd uitgehangen, door in electronica district Akihabara een Nintendo DS en bijbehorende poespas uit te zoeken voor Naline. Maar ook omdat ik per se de robot Asimo van Honda wilde laten zien, en Hitachi’s EMIEW 2, die ik zelf nu pas voor het eerst kan zien bij een tijdelijke demonstratie in een wetenschapsmuseum (ondanks dat ik in die projectgroep zit). Water hebben meegemaakt met een lawaaiige ferry in de Sumida-rivier dwars door Tokio, en wat rustiger in een roeibootje door de gracht rondom de tuin van de Keizer.

En dat was Tokio in een notendop. Tripjes buiten Tokio hebben we gemaakt naar Nikko en Kamakura, beide zo’n 100km van Tokio verwijderd. Als je met tempels, pagodes en dergelijke doodgegooid kan worden, dan kan dat mooi in UNESCO’s werelderfgoed Nikko. Na een lange dag lopen tussen de tempels in de bossen overnachten we in een pittoresk hotelletje/hostelletje, waar we zowaar live een blues jam-sessie meekrijgen van de eigenaar met gitaar, kameraad met elektrische gitaar en een backpackende krullenbol met mondharmonica. De volgende dag maak ik Naline enthousiast over een mooie kabelbaan rit, wat met 3 minuten in de mist op z’n minst tegenviel. Eenmaal boven besluiten we de stoute schoenen aan te trekken en een bergwandeling te maken richting het Chuzenji-meer die uitmond in een 100m hoge waterval. Van daaruit pakken we de bus naar Yumoto, hoog in de bergen, waar thermische bronnen schijnen te zitten. Waar we beiden heftig borrelende dampige warmtebronnen voor ogen hadden, zagen we een vies nat veldje, waar na lang zoeken op 1 plekje minuscule belletjes opdoken. De geur echter, overtrof onze verwachtingen.

In Kamakura stonden ons wederom vele tempels en pagodes te wachten, maar na de grootste bezocht te hebben besloten we dat we daar toch echt even genoeg van te hebben. We volgen het bordje Daibutsu, die ons door bospaadjes en bergachtig landschap uiteindelijk leidt naar waar we eigenlijk voor kwamen, het 15m hoge Buddha beeld Daibutsu die vredig tussen de bomen over de toeristen zit uit te kijken. Het voelt inmiddels aan alsof de 30 gradengrens is gehaald, waarna we besluiten een ramvol boemeltreintje richting het strand voor het eiland Enoshima te nemen. Voordat we de zee in rennen, pikken we nog even een goed Italiaans restaurantje mee als late lunch, en boffen we met twee luidruchtig kakelende Britse taarten naast ons. Met een fikse tegenwind, komen we verwaaid aan op het strand, waar het eigenlijk helemaal niet zo warm is. Ik laat me als echte vent natuurlijk niet kennen, en loop voetje voor voetje de zee in.

Deze jongen schijnt inmiddels alweer een kwart eeuw op aarde rond te dolen, en dat hebben we meteen even gevierd. Ik weet niet hoe Naline het zo snel geregeld heeft, maar in het Yoyogi-park, op klaarlichte dag, stonden plots een dozijn oude mannen in lederhose, al dan niet met snor of tatoeage, hard en fanatiek op Elvis muziek te dansen. Daar kun je mij wel mee aan het grijnzen krijgen. Na een ontspannen dagje word ik getrakteerd op een goed diner en duiken we vervolgens in een mooi ondergrondse cocktailbarretje. Na wat vrouwelijke cocktailtjes gooi ik het roer om en kies ik voor een goeie single malt, met 1 ijsklontje zeg ik, wat met een goedkeurende grijns wordt beantwoord. Trots vertel ik, dat je met 1 ijsklontje de whiskey wel koud krijgt, maar de smaak niet verpest met smeltwater, en dat ik daarom die goedkeurende grijns van een professional heb mogen ontvangen. Al snel blijkt daar niks van waar te zijn wanneer dat “ijsklontje” een perfect gehakte diamant is ter grootte van een tennisbal en daarmee het glas precies vult. Lichtelijk beschonken vinden we dat we eigenlijk wel een karaoke-bar bezocht moeten hebben, hoewel we bang zijn dat het met z’n tweetjes toch saai wordt. Hoewel we 10 minuutjes willen, is een half uur vaak het minimum, en bij deze gigant zelfs een uur. Na wat aandringen van een goedwillende beschonken Japanse makker naast ons, wordt er alsnog een akkoordje gelegd op een half uur, wat al snel veel te kort blijkt te zijn. Helaas moeten we aan onze eigen afspraak houden en beloven we onszelf de volgende keer toch voor een uur te gaan. Maar je raadt het natuurlijk al, 2 dagen later bellen we na een uurtje door dat we nog een uur met bier en microfoon willen schreeuwen in het knusse tweepersoons-karaoke-kamertje, over dat de Backstreet Boys terug zijn, dat Enrique een held wilt zijn en dat Freddie net een man heeft vermoord door een pistool op iemands hoofd te richten en de trekker over te halen nu is ie dood, mamaaa.

Met karaoke erbij zou je toch zeggen ongeveer alles in Japan gehad te hebben. Dat dachten wij ook toen we de laatste 3 nachtjes in Mito overnachtten, en ik me overdags bij Hitachi moest melden. Misschien was ik er in mijn vorige blog wel erg flauw over, hoor ik ook iets meer respect te tonen en is het daarom wel terecht dat we donderdagochtend (8 mei) om 1:45 worden wakker geschud door een dikke aardbeving met een kracht van 6.7 op de schaal van Richter. Wat een knoepert was dag zeg! Gelukkig sliepen we onderin een torenhoog hotel, maar toch voelden we heel het gebouw op zijn grondvesten langzaam heen- en weer zwiepen, rammelde en kraakte alles om ons heen en lagen we maar te wachten tot het voorbij was. Het epicentrum lag 90km verderop in zee, waardoor Mito met 5.0-5.5 werd getroffen en daarmee het epicentrum aan land. Gelukkig 5.5, want vanaf 6+ gaan er gebouwen om.

Zaterdagochtendvroeg heb ik Naline alweer naar de luchthaven gebracht, waar voor haar weer een lange reis via London stond te wachten. Gingen toch iets te snel die 2 weken, of hadden het er gewoon 4 moeten zijn? De rest van het weekend ben ik vooral gaan bijslapen, want vanaf maandag is het weer hard werken geblazen. Mijn overwerk record heb ik verlegd naar 20:00, om voor donderdag een presentatie in het Japans voor te bereiden. Omdat ik woensdags naar het JNI moet, vraag ik of ik de sheets mee mag nemen zodat ik kan oefenen in de trein, waarop met veel gezucht, gesteun, gepreek over vertrouwelijkheid en bedrijfsregels uiteindelijk ja wordt toegezegd. Onpraktisch streng naar mijn mening, want alles wat ik tot nu heb gedaan, is gebaseerd op papers van het internet en eigen onderzoek, en heb ik van Hitachi geen informatie. Wel heb ik de handleiding van de robotarm, maar die is commercieel verkrijgbaar bij Mitsubishi. En ja hoor, die plaatjes moet ik wel eerst uit de presentatie halen wil ik de sheets meenemen. Op het JNI krijgen we ’s middags een gastcollege van Mr. Ferdi Licher (directeur emancipatie van het Ministerie van OC&W), die ik niet vanwege volledige desinteresse oversla, maar eerder om mijn presentatie voor te bereiden. Donderdagochtend was het dan zover, peentjes zweten voor deze makker, maar inzet wordt beloond wanneer ik de presentatie er toch vloeiend, al dan niet grammaticaal incorrect, uitflap. Opgelucht! Die positieve energie gebruik ik vrijdag meteen na het werk, om met collega’s die ik bij het dormfeest heb leren kennen een balletje te gooien. Het zaaltje ligt 20 minuten met de trein en 20 minuten lopen verderop, maar dan kun je na een half jaartje geen bal te hebben aangeraakt eindelijk weer wat baksteentjes gooien, om Miklos’ bewoording even te gebruiken. Met wegglippende passes en hakkelende dribbels maak je weinig indruk op je collega’s, maar dat heb ik met wat welgemikte slappe ballen tegen de voorkant van de ring nog enigszins recht weten te trekken.

2 reacties:

Anoniem zei

hey liefie,
wat een mooi verhaal over onze vakantie! Super.. :)
Ik baaaaaaaal dat ik hier in dit saaie land zit, echt niks te beleven hier!
Nog 10 weken, geniet er maar lekker van, en ook een beetje voor mij!!
Kuss

Leon zei

Goed om te horen dat jullie het zo leuk hebben gehad! En tjaa... miss moet je toch wat vaker gaan basketballen :p . Trouwens jammer dat je volgende week niet bij de interne kan zijn in heeze....

Laters,

Leon