Mijn eerste 3 stageweken zitten er weer op, tijd voor een post! Wat hebben we geleerd? Geen idee, maar deze weken kende pieken en dalen. Misschien is het wel handig om te beginnen met de eerste indrukken en daarna wat observaties en meningen te ventileren. Waar waren we gebleven? Oja, ik kwam terug van mijn tripje en had de bagage al naar de dorm laten bezorgen.
Ikzelf verhuis maandagochtend, in pak, en dikke rugzak met al mijn resterende spullen. De planning is om stipt 6:00 uit te checken, maar als ik om 5:40 uit bed stap, bedenk ik dat het wel krap wordt om te douchen en me piekfijn op te doffen. Na laat vertrek wordt het gestress op de vroege ochtend aangewakkerd wanneer ik erachter kom dat er op dit tijdstip slechts 1 van de 5 metro-ingangen is, maar welke? Na een onrustige metrorit sta ik op het grote voor mij nog vrijwel onbekende treinstation van Ueno, zoekend naar een balie voor een kaartje om vervolgens lijn 17 te vinden, waarna ik gelukkig nog net de trein van 7:00 haal. In de trein bereid ik mijn zelfintroductie voor, kijk alert naar de voorbijkomende stations, en stap rond 8:20 bij de juiste halte uit. Nog 30 minuten om het juiste gebouw te vinden, maar gelukkig heb ik een uitdraai met alle gegevens, in kanji waarvan ik 2/3 niet kan lezen. Het schijnt dat Japanners dat wel kunnen lezen, en na wat rondvragen heb ik het alsnog op tijd kunnen vinden. Ik word goed ontvangen, en krijg vervolgens een rondleiding en een helm voor aardbevingen. Mijn stageopdracht wordt uitgelegd (aansturen robotarm van ca. 1m) en vervolgens krijg ik de nodige informatie, in veel te veel onbekende kanji. Mijn bureau staat in een ruime kantoor die de gehele 7e verdieping beslaat waar zo’n 100 man zitten. De afdeling waar ik in zit bestaat uit zo’n 40 man. Nadat het meeste is uitgelegd besluit ik achter mijn bureau wat kanji te gaan ontcijferen om de opdracht beter te kunnen begrijpen. Het is redelijk warm, maar ik zit lekker en ik moet mijn best doen om wakker te blijven. Na het nodige knikkebollen gebeurt helaas toch het onvermijdelijke en zit ik schaamteloos te tukken op nota bene de eerste werkdag. Na het openen van mijn ogen staat een collega naast me met het voorstel om een bakje koffie te pakken.
Na het werken brengt een collega mij naar de dorm waar ik de komende 4 maanden kom te wonen op loopafstand van het werk en station. Hitachi heeft twee herendorms, en hebben mij als gast in de nieuwste van de twee geplaatst. Voor weinig geld krijg ik hier warm ontbijt en avondeten (eten wat de pot schaft), wat op zich wel is binnen te houden. Mijn kamer is zo’n 3x4m, inclusief bureau, stoel, kast, bed, beddengoed en een keihard dik pittenkussentje. Toilet, wastafel en wasmachine is gezamenlijk per verdieping, wat op zich wel even wennen is. Een erg groot voordeel, wat echt genieten is, is een groot dampig bad, dat van 18:00 tot 9:00 is geopend, met bijbehorende comfortabele douches. Mijn eerste indruk hier is redelijk ongezellig, het is hier stil en er is bijna niemand (meesten werken lang door denk ik?), ook al wonen hier zo’n 30 man. Met Tokio zo’n 150km verderop en nog niemand die ik hier ken is het redelijk eenzaam na al die maanden JPP-ers om je heen. De portier is wel een gezellig mannetje, maar ja.
Dinsdag sta ik met goede zin op, voel me al iets fitter dan dag 1, en zit weer op tijd achter mijn bureau. Niet veel verderop staat een thermometer die ik gedurende de dag van 22oC naar 28oC zie stijgen; in maart staat de airco blijkbaar uit. Het einde van de dag nadert, ik trek mijn nette blouse uit en zit als enige in een shirtje omdat ik het anders niet uithoud, en baal een beetje van mijn vastgelopen berekeningen. Plots staat iedereen op en komt de afdelingschef een praatje houden. Ik besluit er maar bij te gaan staan waarna de blikken van 40 man naar mij draaien. De afdelingschef vraagt mij naar voren voor een kleine speech, die op dit ogenblijk ver in mijn geheugen is teruggedrongen. Ik dacht dat ik die gisteren moest houden, in pak, bij aankomst? Alsof 28oC niet genoeg is, besluit mijn lichaam nog wat extra warmte te genereren, en sta ik in lullig shirtje te graven in mijn geheugen om wat standaardzinnen uit te kramen. Lekker bezig Koos.
Wat me beter afging, is het welkomstfeestje dat ik de week erop kreeg. Hoewel de officiële werktijd tot 17:20 is, werkt iedereen elke dag minimaal een paar uur over (tot 21:00 is doodnormaal), behalve wanneer er een welkomstfeestje is. Dus direct om 17:20 vertrekken we met de groep waarin ik werk, bestaande uit 7 man en 1 vrouw, naar een leuk eettentje. Zonder uitzondering gaat iedereen direct aan het bier en snel over naar wat sterkers. Op de werkvloer wordt weinig slap gekletst, waardoor ik mijn directe collega’s eigenlijk nauwelijks ken. Maar daar heb je schijnbaar zo’n avondje voor. Mijn begeleider is een aardige en ietwat verlegen man van in de 40 en weet wat overwerken is. In deze drukke tijden, wil hij wel eens een slaapzakje meenemen om op kantoor te overnachten. Het wordt hem dan ook vergeven als hij op mijn welkomstfeestje rond 20u met hoofd op tafel in slaap tuimelt. Verder heb ik 3 collega’s van ongeveer dezelfde leeftijd, waarvan een echt toffe gast. Beetje pech, maar vandaag is het toevallig ook zijn afscheidsfeestje. De overige collega’s zijn op zich wel aardig, maar heb ik verder weinig mee. Desalniettemin een geslaagd avondje, evenals een informeel welkomstpraatje wat ik ditmaal wel goed had voorbereid.
Ietwat minder geslaagd is de wekker de volgende ochtend om 5:30, gehaast op te staan en naar het station te rennen voor de trein naar Tokio, om vervolgens anderhalf uur later met kater in een bezweette overvolle metro te stappen. Woensdags is de dag dat we niet hoeven te werken, maar ’s ochtends Japanse les krijgen op het JNI, in hartje Tokio. ’s Middags is normaal gesproken vrij om stoom af te blazen. Het contrast tussen mij en de frisse mede JPP-ers is groot, niet zozeer in fitheid, maar meer qua formeelheid van kledij. Kanji Rob ziet die grote vraagteken al boven mijn hoofd hangen en ziet vervolgens zijn kans schoon om te vragen waar mijn pak is. En of ik misschien casual wilde overkomen bij Sony Computer Entertainment vanmiddag? Oja, he, bedrijfsbezoek! Robert is ook niet vies van een dijenkletser en stelt “oh je gaat tussen de middag zeker nog even op en neer naar huis?”, wat voor elke andere JPP-er wel een optie was geweest. Woensdags op het JNI is eigenlijk best mooi, iedereen melig en flauw wat ik wel kan waarderen.
Tijdens het werken bij Hitachi zijn me een paar dingetjes gaan opvallen. Zo heb ik het idee dat je met te vroeg komen geen respect afdwingt, maar dat je die slechts oogst wanneer je overwerkt tot 22:00. Gelukkig kan ik me als én buitenlander én stagair veroorloven hieraan niet mee te doen. Verder is rennen door het kantoor een doodnormale zaak, om je collega’s niet te laten wachten. “Vorm is inhoud” hoor ik nog uit een van de gastcollege’s na-echoën. Mijn eerste aardbevinkje in Japan is ook een feit wat in principe een minuutlang drillen is op de 7e verdieping. Het was een klein aardbevinkje, maar niet te negeren, wat overigens alle collega’s weer wel deden. Koffiepauze’s doen ze hier nauwelijks aan, niet 2x per dag, maar 2x per week? Oke, oke, het scheelt per persoon, want het mag gewoon wel. Wat ook wel grappig is, is vrijdag rond 17:00 de stem die omroept voor de weekendschoonmaak. Iedereen draagt 10 minuutjes zijn steentje bij bij het stofzuigen en het legen van de prullenbakken. Nu lijkt het alsof de sfeer strikt en gedisciplineerd is, maar omdat beleefdheid en regeltjes voor Japanners een tweede natuur is, is de sfeer juist ontspannen en wordt er ook gewoon gelachen.
Het schijnt dat alles went, en gedurende de eerste 3 weken zijn mijn sombere eerste indrukken al redelijk bijgesteld en heb ik het hier wel prima eigenlijk. Ik kan tegenwoordig ook al rondfietsen op een prima tweedehands mamafiets, die voor 30 euro nog legaal is ook. In het stadje Hitachinaka valt weinig te beleven, maar gedurende de woensdagen en weekenden ben ik tot nu toe steeds in Tokio te vinden. Hoewel het de eerste 2 maanden iets te vaak erbij inschoot, ben ik de afgelopen weekenden naar verschillende barretjes en clubs geweest. Overdags voornamelijk gechilled in verschillende parken. Afgelopen week is in Tokio massaal de kersenbloesem (Prunus voor Chris) gaan bloeien, waar hier lang naar uitgekeken wordt voor de hanami. Hanami betekent letterlijk bloemetjes kijken, wat mij behoorlijk saai en suf in de oren klinkt. Ware het niet, dat dit een excuus is om massaal in parken te gaan zitten, onder zo’n Prunus, met bier wijn versnaperingen en muziek. Hehee, net als de Brabantse Dag he, cultuur-historische wagens kijken leuk, maar massaal buiten in de zon met bier en versnapering erbij, geniaal. Afgelopen zaterdag na de hanami, begint het te schemeren in het grote Yoyogipark, en worden wat boxen en draaitafels opgezet voor een knus house-feestje. Dit vind ik nou mooi, inclusief een geïmproviseerd barretje.
dinsdag 1 april 2008
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)
3 reacties:
Hey broertje, wel minder dat je in een saaie stad zit. En die werkdruk daar is echt niet normaal :s . Maar goed dat je je draai weer hebt gevonden! Veel succes en plezier!
Groetjes,
Leon
Hey lief, het ziet er allemaal weer super uit! Ik kan nu bijna niet meer wachten tot ik kom, dat word echt super, alleen wel jammer van die bloemetjes he! Die had ik ook wel graag gezien!
Gelukkig zijn er ook nog zat andere dingen, heb je het hotel al kunnen regelen voor het eerste nachtje? :)
Komt helemaal goed! Tot over 23 dagen!
kus
was bijna in slaap gesukkeld ouwe rukker van me!! ;)
druk druk druk..dat blijkt wel..maar dat is alleen maar goed voor,ald die jaren geen ruk uitgevoerd in de AH!!
Groetjes thuis en een dikke kus van Inge van de AH... hahahaha
en een dikke lebber van John natuurlijk...
X HoiLing
Een reactie plaatsen