zaterdag 1 maart 2008

Week 7&8: Samurai, Geisha, Power Rangers en Mr. Viet Hien

Alweer twee maanden verder, maar de verhalen worden er niet minder lang om. Zowel het afronden van het lesgedeelte als de Kansai-trip, geven deze jongen weer ruimschoots materiaal om verhalen te verkondigen. Mooi he?

Week 7 (18 feb – 24 feb) was de laatste echte lesweek, althans in de vorm dat we gewend waren. Op donderdag kreeg iedereen nogmaals de kans om te schitteren voor de JLPT3. Aangezien de stagebedrijven dit niveau is beloofd, is het zaak om minimaal de ondergrens van 60% te halen. In voorgaande jaren bleek deze toets voor een enkeling nog net iets te moeilijk te zijn, maar zonder enige logische verklaring is dat in onze groep niet het geval. Een zevental probeert zelfs JLPT2 te maken, aangezien zij de JLPT 3 reeds tweemaal ruimschoots voldoende hebben gemaakt (in Leiden & jetlag-test). In getallen is het verschil als volgt: voor JLPT4 staat 300 uur, je leert 50 grammaticapunten, 100 kanji en 700 woorden. JLPT3 is JLPT4 +300 uur, +50 grammaticapunten, +150 kanji en +800 woorden, ongeveer het dubbele dus. Voor JLPT2 staat JLPT3 +600 uur, +150 grammaticapunten, +750 kanji en +5000 woorden, een exponentiële toename dus. Ook ik heb gekozen voor de JLPT2, en het mooie daarvan is, dat je niet hoeft te leren omdat je de toets toch niet haalt. Dan heb je die woensdag, vrije studiedag, helemaal vrij :) Stel, je leert deze woensdag 8 uur van de 600 die je nog moet doen, dan scoor je gemiddeld 1,3% hoger, dus 26,3%, gegeven de 25% die je kado krijgt van Mr. Multiple-Choice; niet echt de moeite waard. De werkelijkheid ligt natuurlijk iets anders, we beheersen toch al wat JLPT2 en trots als een pauw ben ik met mijn score van 50%. Iedereen heeft de toets erg goed gemaakt met een JLPT3 gemiddelde van 80% en een JLPT2 gemiddelde van 46%. Oke, genoeg cijfers zo.

Op zaterdag was het eindelijk zover: de Kansai-trip! Dit is een erg mooi onderdeel van het programma; tussen het lesgedeelte en de aanvang van de stages gaan we met z’n allen richting het westen van Japan, naar de Kansai regio waar zich o.a. de steden Kyoto, Osaka en Nara bevinden. Kyoto is gedurende lange tijd de hoofdstad van Japan geweest totdat in 1868 deze werd verplaatst naar Tokio. Waar Tokio modern en groots is, is Kyoto traditioneel en klein, grof gezegd. Met 2,6 miljoen inwoners niet zo klein als Heeze, maar wel t.o.v. de 12,8 miljoen inwoners van Tokio. In Kyoto en omgeving staan ontelbaar veel tempels en torii-poorten, maar ook kastelen, pagodes en Buddha’s. Na een vroeg vertrek met de shinkansen arriveren we rond 9-10u in Kyoto, waar een tourbus met gids ons opwacht. Gedurende deze eerste dag worden we snel naar alle hotspots begeleidt, waaronder een met bladgoud bedekt paviljoen Kinkaku-ji, de wereldberoemde steentuin Ryoan-ji, het Nijo kasteel waar de Keizer woonde en de Kiyomizudera tempel, eindigend op een berg waar zich een monnikensekte huisvest. Op die berg, in de sneeuw, overnachten we ook de eerste nacht in een hotel, met uiteraard een heerlijke onsen.

Zondagochtend staat om 5:30 de wekker, tijd voor de Zazen-meditatie. De monnik legt uit dat we in lotushouding moeten gaan zitten, de hele of de halve, of in kleermakerszit, of op je knieën. Hoe dan ook, gedurende de uitleg en de meditatie niet erg ontspannend te noemen. In stilte en gebalanceerde houding, met kaarsrechte rug zittende op slechts een kussentje, kun je je Zen bereiken. Om de 10 minuten tikt de monnik met 2 houten blokjes, afsluitend met een gong, en zo blijven we zitten. Een unieke ervaring, om een echte monnik op je rug te laten tikken, met een houten stok. Zo ook een stilte van ruim 40 minuten, die een eeuwigheid lijkt te duren. Maar mijn innerlijke rust kon ik niet vinden, vermoedelijk heb ik die in het warme bedje achtergelaten. Na een monnikenontbijt is het tijd om sneeuwballen te gooien, het heeft weer goed gesneeuwd vannacht. Later op de ochtend pakken we de kabelbaan naar beneden, checken we in in een verrassend chic hotel waar we de rest van de week zullen overnachten, hartje Kyoto. ’s Middags ben ik met Robert en Vivian naar Oost-Kyoto gelopen, waar zich prachtige tempels bevinden, het pittoreske Gion-district en het smalle lange Pontocho-laantje barstensvol eettentjes.

Maandag staan we weer op tijd op, er staat veel op het programma, maar nog meer op het ontbijtbuffet, en daar willen we even uitgebreid van gaan genieten. De eerste bestemming vandaag is Toei Uzumasa Eigamura, een filmdorp waar allerlei series en films worden opgenomen wat tevens fungeert als attractie voor toeristen zoals wij. Je kunt je bijvoorbeeld in een samurai-pak laten hijsen voor een foto. Kirsten oppert voor de combi-foto, een samurai en geisha, wat ik in eerste instantie afsla vanwege het lengteverschil waardoor ik als samurai lullig uit de hoek dreig te komen. De oplossing is echter minstens zo simpel als het excuus, en even later sta ik met pruik en knalrode kimono geisha te wezen. Genoeg onzin, nu komt het echte werk, waarvoor we eigenlijk hiernaartoe zijn gekomen. Zwaardvechtlessen, met houten zwaarden natuurlijk, zoals Tom Cruise ze kreeg voor The Last Samurai, en jawel van dezelfde samurai acteermeester. Mooi verhaal natuurlijk, en bijzonder grappig om te doen. Vlak voordat we Eigamura verlaten, duik ik nog snel de super-heroes-tentoonstelling binnen om de Power Rangers nog even aan te tikken.
De middag zetten we voort in Arashiyama, met zijn Tenryuji tempel en bamboebos. Vlug daarna ben ik met een paar anderen naar the Baika-sai Plum Blossom Viewing Festival gegaan, om een glimp van de theeceremonie op te pikken en de bijbehorende geisha en maiko.

Dinsdag is pakkendag, we gaan namelijk weer bedrijven bezoeken. We beginnen ’s ochtends met een rondleiding in Suntori’s whiskey distilleerderij, wat eindigt in een whiskeyproeverij om 10:30, in pak. De dag vervolgt in Osaka, waar we het kasteel kort bezoeken en daarna bij Panasonic zijn uitgenodigd voor een rondleiding en een vragensessie aan een lange tafel. De dag eindigt bij de Consulaat-Generaal waar we zijn uitgenodigd voor een receptie, met erg goede hapjes. Het plan is, om na de receptie meteen in Osaka een barretje te vinden, maar gezien de vroege tijdstip van de laatste trein richting Kyoto (23:00), ruilen we dit plan in voor het nachtleven van Kyoto. Uiteindelijk blijven alleen Sjors en ik met dit plan over en uit navraag bij de receptie van het hotel blijkt dat er in Kyoto niet echt veel barretjes zijn. Na deze domper worden we toch verwezen naar een regio en krijgen we zelfs het adres van “Standing Bar”, wat in onze oren klinkt als een bar met alleen maar buitenlanders. Na een half uur rondlopen blijkt in die “regio” niks te vinden, maar deze domper wordt teniet gedaan door de aangename verrassing dat de “Standing Bar” vol met Japanners zit. Toch zien we onszelf niet de rest van de avond in deze bar slijten en kijken we rond naar wie we advies kunnen vragen. Een overdreven opgewekte ober ontvangt onze signalen en trommelt al snel en luidruchtig wat stamgasten op waarmee we gezellig aan de praat raken: 3 jongeren van onze leeftijd en Boss, een man van eind 40 in pak, die niet echt in het plaatje past. Om 12u sluit de tent en halen we hen over om een club te bezoeken, maar Boss haakt af. Met z’n vijven in de taxi rijden we naar het stapcentrum, die toch blijkt te bestaan, maar op dinsdagavond weinig bezocht is. Vandaar dat zo ongeveer alles rond 12u te sluit. Na lang gezoek, in de druilerige regen, wacht ons de volgende domper van de avond. Totdat we een 24-uurs karaokebar induiken, en de nacht tot 4u rekken. Toch nog een zeer geslaagde avond, en zij vonden het minstens zo mooi als wij.

Woensdag is een vrije dag en Sjors Kirsten en ik hebben gekozen voor de fiets! Met 3 iets te kleine fietsjes, crossen we over de stoep en tussen de auto’s door de straten van Kyoto. We bezoeken het Fushimi-heiligdom waar duizenden rode poorten een pad van 4 km vormt. Na deze gelopen te hebben, in de bergen verdwaald te zijn en onze fietsjes weer terug gevonden te hebben, bezoeken we Japans hoogste pagode (55m) van de Toji-tempel. We mogen er zelfs in, wat heel bijzonder is, had onze reisleidster Watanabe-san verteld. Naar onze mening iets te enthousiast, aangezien we alleen op de begane grond mochten rondlopen.

Donderdag, de laatste dag, is wederom met de tourbus. Met bijzonder mooi weer vertrekken we richting Nara, waar ’s werelds oudste houten constructies staan in de vorm van bijzonder fraaie, ruim 1300 jaar oude tempels. Een ander heiligdom werd sinds vroeger al bezocht door honderden herten, die gewoon tussen de mensen rondlopen. Terwijl Jojanneke koekjes uitdeelt wordt ze in een verloren moment goed in de billen gebeten door een hert; daar kan ik wel om lachen. De laatste bezienswaardig is een gigantische Buddha, die met zijn 15m ook nog eens op een verhoging staat. Erg indrukwekkend, net als de tempel waarin deze staat. Met de zon in mijn gezicht, zit ik aan het raampje van de trein richting Tokio, tevreden met muziek op in slaap te vallen. Het was een vermoeiend, maar erg geslaagde trip! Complimentjes voor de organisatie.

Na de Kansia-trip, begint vanaf 3 maart hetgeen waar het programma eigenlijk om draait: de stages. Echter ondergetekende, oftewel bofkont, begint als enige een weekje later met zijn stage, wat Hitachi beter uitkwam. Gek genoeg komt het mij ook goed uit. Dit is de ultieme gelegenheid om mijn familie eens op te zoeken, die toch zo’n 4-5 uur reizen van Tokyo wonen. Hoewel ik van deze gelegenheid al gelange tijd op de hoogte was, duurde het tot vorige week woensdag (20 feb) voordat ik groen licht kreeg om naar oma, tante en tante te mogen gaan. Het is namelijk zo dat de rest met zijn stage bezig is, en ik me daarom ook met studiegerelateerde zaken bezig behoor te zijn, bijvoorbeeld door elke dag op het JNI Japans te leren. Gelukkig blijkt er ook ruimte voor een studiereis, en onder het nonchalante mom van “verzin maar iets, ik keur bijna alles goed”, kostte het alsnog 3 weken, 3 bijeenkomsten, een hoop gestress en discussie, voordat uiteindelijk het 4 pagina’s tellende voorstel werd goedgekeurd. Een hoop gezeik allemaal, zoals “je mag niet direct vanuit de Kansai-trip gaan, ook al scheelt dat 2x4 uur reistijd.”, ”je moet zaterdag de rest helpen met verhuizen”, maar uiteindelijk mag ik gaan, en dat is mooi! Direct na toestemming ben ik een Japan Railpass (JRP) gaan boeken, waarmee je voor een mooi prijsje onbeperkt mag treinen in Japan. Zo’n JRP, bedoeld voor toeristen, moet in Nederland worden besteld, en wordt niet direct naar Japan verstuurd. Aangezien ik 3 maart wil vertrekken, wordt het allemaal erg krap omdat eerst de betaling binnen moet komen, waarna de JRP wordt verzonden naar mijn ouders die deze vervolgens weer naar Japan moeten versturen. Daarna kan ik de persoonsgebonden coupon met het tonen van mijn paspoort op het station inwisselen voor een echte pas. Op zaterdag 1 maart wordt in Tokio een klein gaatje in de lucht gesprongen bij binnenkomst van de JRP, precies op tijd! Ware het niet, dat de ongelofelijke flapdrollen van JALPAK er een totaal andere naam op hebben gezet, zodat ik de JRP niet kan gebruiken. Misschien kan ik dhr. Viet Hien LE nog blij maken?

3 reacties:

Leon zei

Hey koos, weer een interessant verhaal om te lezen, alleen mis ik een beetje het einde van het verhaal!? Heb je nog iets kunnen regelen?

Het ga je goed!

Groetjes

Anoniem zei

Schattie,
Jaja, klinkt goed, klinkt goed!
Over 7 weekjes zit ik in het vliegtuig, vroeeeeeeem!
Spreek je snel, kus

Niels zei

Hey Koos,

Ik zie dat het goed gaat daar. Leuk om je verhalen zo te lezen. Nog veel plezier daar en succes met je stage!

groetjes, ネリス