Om de regelmaat een beetje te onderbreken, heb ik de post van vorige week een beetje laten varen. Of had het iets met de drukte te maken? Geen idee, maar bij deze een post voor twee. Eerst een klein vooruitblikje, voordat ik mijn lappen tekst weer uitrol. Wat heb ik de afgelopen twee weken uitgespookt? Om te beginnen heb ik eindelijk grofweg mijn to-do lijstje in Tokio afgerond, mijn neef Tsuyoshi na een kleine 20 jaar weer gesproken, van de Olympische piste in Nagano gesnowboard, en er waren natuurlijk weer de nodige gastsprekers en bedrijfsbezoeken. Kortom, drukke tijden, maar mooie tijden.
Laten we beginnen met een korte introductie van het immer bruisende stadsdeel Shibuya, een tweede thuis voor jong Tokio, dat barst van vooruitstrevende warenhuizen, hippe speciaalzaken, maar ook legio aan eettentjes, gezellige barretjes, bonkende clubs en niet te vergeten, karaokebars om van te gillen. Hier ben je als de 30 nog tegemoet moet komen, maar ook als je je zo wilt voelen. Voor het Shibuya station strekt het beroemde kruispunt, wat wel eens ’s werelds drukste kan zijn. Om dat even uit te zoeken ben ik in een Starbucks dat over dit kruispunt uitkijkt gaan zitten voor het maken van mijn huiswerk (deze Starbucks komt voor in Lost in Translation). Regelmatig werd ik afgeleid door het schouwspel op het kruispunt: om elke 5 minuten wanneer de voetgangers weer groen licht krijgen, staan alle hoekpunten barstensvol met mensen die willen oversteken, en dit uren achter elkaar.
In Shibuya heb ik vorige week maandag (11 februari) afgesproken met neef Tsuyoshi om wat te gaan drinken. Het is alweer zo’n 18 jaar geleden, en alsof ik een blinddate heb, sta ik voor het station bij een standbeeld van een hond, naarstig om me heen gezichten te scannen, afwachtend op een blik van herkenning. Voor zover mijn hersenkwabben het geheugen niet hebben vervormd, heeft de tijd een steentje bijgedragen en komt het gezicht van Tsuyoshi me dan ook totaal niet bekend voor. Dit was overigens insgelijks zijner zijde. Desalniettemin leven we in een tijdperk van mobiele telefoons, en heeft dit gehele voorval zo’n 3 minuten geduurd, zodat we een moment verder in een gezellig Japanse stijl, ietwat luxueus en hip eettentje zitten. Tsuyoshi, al 5 jaar woonachting nabij Shibuya, weet in het oerwoud van eettentjes het kaf van het koren te scheiden, en dat is handig. De avond is erg gezellig, en voor zover het lukte veel Japans gesproken. Tsuyoshi, nu 26, heeft Engelstalige literatuur gestudeerd, houdt van rock-muziek en is op zoek naar een baan wat aansluit bij zijn studie en hobby. Maar aangezien dat specifieke werk niet direct voor het oprapen ligt, heeft hij intussen een bijbaantje in een warenhuis. Verder nog veel gesproken over Japan, Nederland en familie. Overigens ook bijzonder lekker gegeten waaronder rauw paardenvlees, en daarbij de nodige syouchuu (Japanse vodka) genuttigd. Prima avondje!
Nu even iets over de educatieve kanten van het programma. Vrijdag 8 februari zaten we wederom in de ambassade. Ditmaal betreffende een lezing van dhr. M. van Bonzel, economisch manager van de Nederlandse ambassade en daarbij voornamelijk gespitst op de handelsbetrekkingen tussen Nederland en natuurlijk, Japan. Deze heer heeft voornamelijk de functie van de ambassade beschreven, met betrekking tot handel, maar ook tot de berichtgeving en de beeldvorming van Nederland in Japan en visa versa. Zo organiseert de ambassade de journalistenweek, waarin Japanse journalisten in een week tijd Nederland verkennen en daar wat artikelen over schrijven. Door het programma een thema te geven en bepaalde bedrijven te bezoeken, krijgt Japan een bepaald beeld van Nederland. Een andere lezing, van ING branch office manager dhr. R. Scherpenhuijsen Rom, leek meer op een recruiting sessie voor de economen onder ons. Op zich ook interessante cases uitgelegd, vanuit de visie van een klein buitenlands bankje in een stad, waar een handjevol Japanse giganten, de lakens uitdeelt.
Bedrijfsbezoeken zijn ditmaal een Canon fabriek, onderzoeksinstituut Taisei en de gigantische Kandagawa regenwaterreservoir. Eindelijk wat technische verhalen, na de talloze economische en bedrijfsbestuur verhalen die in dit programma duidelijk het overwicht vormen. De betreffende Canon fabriek bevindt zich op een uitgestrekt terrein, en maakt printers. Na de nodige economische en bedrijfsbestuur verhalen en een lunch in de kantine, krijgen we een enorme fabriekshal te zien waar de printers handmatig worden geassembleerd. Leuk om te vermelden is dat hulpmiddelen, zoals een rondrijdend robotje met aanhanger die een spoor van tape volgt, door de werknemers zelf wordt ontwikkeld, waarbij eenvoud en effectiviteit centraal staan. Het TNO-achtige Taisei ontwikkelt voornamelijk constructiegerelateerde technieken, zoals beton met staalkarakteristieken, aardbevingdempers onder gebouwen, een tunnel onder de Turkse Bosperus en funderingen in opgespoten stukken land aan zee. Typische werktuigbouwkundige verhalen, erg leuk, maar natuurlijk erg algemeen. Het regenwaterreservoir onder de Kandagawa (rivier) is ook interessant. Als het gaat om regenwater, is Tokio niet bijzonder gunstig bedeeld. Los van het regenseizoen in de zomer met regenbuien van 50 [mm/uur], ligt Tokio in een delta van vele rivieren kort achter een bergachtig gebied. Nederland ligt ook in een delta, maar de bergen staan ietsje verder,zegge in Zwitserland. Daarbij is in het stedelijk gebied, waterabsorberend natuur schaars zodat bijna al het regenwater, dat in Tokio en omstreken valt, door die een aantal rivieren door Tokio naar de zee moet worden afgevoerd. Je begrijpt, dat dit overstromingen uitlokt, jaarlijks gemiddeld tweemaal, met biljoenen Yennen aan schade als gevolg. Na veel gepeins, is de oplossing een waterreservoir, in de vorm van een 4,5 km lange buis van 12,5 m doorsnede en dat 50 m onder de grond. Bij een hevige regenval, wordt water uit de rivieren getapt en naar deze buis geleidt en achteraf weer teruggepompt naar de rivieren. Waarom zo diep? Vanwege de kruisende metrolijnen natuurlijk (http://www.asahi.com/english/Herald-asahi/TKY200711200128.html). Eenmaal beneden in de buis, doet zich een slechte James Bond scene voor. Jawel, in een pikdonkere buis 50 meters onder de grond, komen uit de verte met veel gebrom en echo, twee vrachtwagens met felle koplampen op ons afgereden, voor werkzaamheden weliswaar.
Het afvinken van mijn Tokio-lijstje is inmiddels zo goed als voltooid. De stadsdelen Asakusa, Ueno en Ebisu zijn nu ook aan de beurt geweest, Omote Sando en Odaiba heb ik eindelijk met mooi weer mogen aanschouwen en eindelijk heb ik de kunstjes van robot Asimo kunnen zien.
Het traditionelere Tokio is in Asakusa te vinden. Hier staat ook de bekende Sensoo-ji, oftewel een fraaie Boeddhistische tempel voorafgegaan door een mooi traditioneel Japans ogend straatje vol traditioneel Japans ogend koopwaar, zoals waaiers, sandaaltjes, eetstokjes, kimono’s en allerlei lekkernijen. Een trekpleister voor toeristen inderdaad, met veel prullaria maar ook beter spul. In Ueno staat een gigantisch park, Ueno park, wat wel eens relaxed kan zijn als het mooi weer is! Maar op deze koude en bewolkte dag, vond ik er weinig aan. Ik had in principe Tokio’s grootste museum kunnen bezoeken, aangezien de entree gratis is en deze ook in het park stond, maar ik verkoos dit voor wat doelloos rondbazuinen door wat straatjes, om een beetje het echte Tokio gevoel op te snuiven. In Ebisu ben ik met Michiel Sjors Kirsten en Robert lekker gaan eten, om vervolgens, wederom kansloos te gaan karaoken! In feite hebben we een bijzonder matige karaokebar uitgezocht, beetje vervallen en ons hokje stonk ook nog eens. Maar toch, toch hebben we hier voor 4,5 uur de stank ons eigen gemaakt en de longen uit ons lichaam geschreeuwd. Hoe kan dat nou? We moesten zelfs haasten om niet de laatste metro te missen, wat trouwens toch het geval was :)
In Leiden gingen geruchten, dat rond september het alom befaamde Genkie Henkies team uit de hemel is komen dalen, om het Sportcentrum Universiteit Leiden zaalvoetbaltoernooi op stelten te zetten met een verbluffend schouwspel dat nimmer vergeten zal worden. Hoewel we als laatste eindigden, vonden we toch het gepast om hier in Tokio een zaaltje af te huren om wat spiertjes los te schudden. Dit zaaltje, oftewel een verlichte overdekte kooi in de winkelstraten van Asakusa, mag als geniaal omschreven worden, zowel als de fanatiek gespeelde mooie pot. De timing, om de beenspieren en gewrichten te kwellen een dag voor de snowboard-trip, hoeft niet als geniaal omschreven te worden. Zeker niet in combinatie met het 50m traprennen vanuit de Kandagawa-buis op de dag van vertrek, maar goed, we zijn nog jong.
Vrijdag 15 februari, zijn wij, bestaande uit 10 van de 18 JPP-ers, direct na het bezoek van de Kandagawa-buis, de shinkansen (bullettrain) opgestapt richting Nagano, om te skiien en snowboarden! In feite had deze geteisterde skitrip nooit van de grond mogen komen, als het aan het JNI lag. Vanwaar deze duistere woorden jegens het JNI? Zo’n 5 weken geleden, kwam Michiel met het plan om een lang weekend (9-11 februari ) te gaan skiien aangezien die maandag een feestdag is. Na het JNI te hebben ingelicht, werd dit plan ons sterk afgeraden omdat het a) te ver is en b) te koud, waarom gaan we niet voor een dagje op en neer naar een berg dichterbij? Wij zagen een heel weekend op de Olympische piste wat meer zittten en na het doorzetten van de plannen werden plots de individuele gesprekken betreffende de stage, verplaatst naar precies dat weekend. Gelukkig werden bijna alle ski-gegadigden ingeroosterd op zaterdag, zodat we nog steeds 2 dagen konden gaan. We hoefden alleen te vragen of nog 2 personen van zondag naar zaterdag verplaatst konden worden. “Dit is heel moeilijk begrijp je, omdat er een bepaald systeem achter de volgorde zit” , aldus het JNI en 2 dagen voor het weekend is het halve rooster omgegooid zodat we helemaal niet kunnen gaan. Toevallig spreken we net in deze week wat JPP-ers van vorig jaar, die precies hetzelfde hebben meegemaakt. Sterker nog, nadat zij de trip een week hadden verzet, werd op het allerlaatste moment, het schema van de gesprekken ook een week verplaatst, zodat het einde verhaal was voor het ski-weekend van hen. Met deze informatie in ons achterhoofd, besluiten we eerst te boeken voor het weekend erna, om vervolgens enkele dagen voor vertrek ons plan aan te kondigen. Verrassend genoeg is dit geen probleem, maar Michiel wordt elke pauze op het matje geroepen voor tips en instructies, zoals bijv: laat de beginners niet van de zwarte piste gaan en zorg ervoor dat de bus een toilet aan boord heeft aangezien er vrouwen meegaan, etc. Even ter duidelijkheid, we zijn redelijk volwassen en geselecteerd om zelfstandigheid te opereren in het buitenland, krijgen we dit. Maar goed, het mooiste krijgen we een dag voor vertrek. Ik citeer zo nauwkeurig mogelijk “We willen jullie niet tegenhouden, jullie moeten zelf weten waar jullie aan beginnen, maar dit is de weersverwachting op de berg waar jullie willen gaan skiien. Het wordt -16 graden en het gaat sneeuwen, met een grote kans op een sneeuwstorm, dus let goed op uitstekende lichaamsdelen. Verder begint het skiseizoen op jullie piste pas in maart en komen alleen de echte pro’s al in februari, aangezien er gewoon teveel sneeuw ligt. Dus als jullie per se toch willen gaan, houdt er ook rekening mee dat de bus vanaf Nagano niet zal vertrekken als er teveel sneeuw ligt.” Dit bericht komt als donderslag bij heldere hemel , alleen Yeti de sneeuwmonster ontbreekt nog, en er ontstaat lichte paniek; we hebben al geboekt!
Nu de werkelijkheid, de reis verloopt soepel en het hotel, half Japanse stijl half Westerse stijl, heeft zelfs een kleine onsen, waar we meteen na aankomst met de nodige sake en bier in gaan zitten. We zitten nu in Happoone, 1,5 uur met de bus vanaf Nagano, waar de Olympische pistes bevinden van de Winterspelen van 1998. Zaterdagochtend staan we vroeg op om de benodigde gear te huren en lekker op tijd op de piste te staan. De reden waarom ik eindelijk mee ben op wintersport, is dat we
met zes kneusjes zijn die nog nooit hebben gesnowboard, zodat we gezellig samen kunnen aanmodderen. We krijgen privé les van relaxte Canadees, die ons de eerste ochtend met de hielen gericht naar de berg gecontroleerd naar beneden leert schuiven. Als tegen 12u de les stopt, lukt het de meesten onder ons erg aardige en besluit ik meerdere beginnerspistes te proberen. Af en toe een beetje draaien, maar dan weer snel terug naar de basishouding, of een smak richting sneeuw. Gelukkig is sneeuw relatief zacht om op te vallen, en daar heb ik dan ook dankbaar gebruik van gemaakt. Even terugkomend op de aangekondigde helse omstandigheden: het is -2 graden, windstil en aardig druk op de piste, waaronder ook veel beginners en kinderen. Oh, en geen Yeti. En hee, sporadisch komt het zonnetje ook even kijken.
De apresski cultuur blijkt helaas niet echt te zijn overgeslagen vanuit Europa, zodat we na een dag hard inspannen genoegen nemen met een gluhwein en een bradtwust bij een kampvuur. Na het avondeten besluiten we nog een onsen te bezoeken, met buitenbad, en een moment later zitten we in een gloedjeheet bad, met sneeuwvlokken dwarrelend op onze hoofdjes. Uitstappen en insmeren met sneeuw is zonder te grappen ook een aanrader. Op weg naar huis zien we nog een vuurwerkspektakel, waar Eindhoven met Nieuwjaar niks bij is, wat in principe ook niet moeilijk te overtreffen is. Eenmaal in het hotel wordt er Weerwolven gespeeld, een psychisch en mooi spel, als je het mij vraagt.
De volgende ochtend volgt les 2 waar we precies het omgekeerde, met de tenen richting de helling, naar beneden dalen. Aangezien dit moeilijker is dan les 1, was mijn doelstelling om vandaag dit onder de knie te krijgen. Ware het niet dat ik dit rap beheerste en niet veel later met bochtjes ging oefenen. Niet per se om een trots verhaal af te steken, maar in de middag wist ik in een soort van relaxte houding als een echte snowboarder in een mooie slinger van de piste te boarden. Ik zeer tevreden, maar mijn knieen en polsen ietsje minder, om nog maar niet te spreken over het stuitje en de monnikskapspier (nek). Al met al een zeeer geslaagd weekendje, en zeker voor herhaling vatbaar! Snowboarden is echt sugeei (plat Tokioos voor gaaf :))!
dinsdag 19 februari 2008
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)
4 reacties:
Ik krijg de eer om als eerste een reactie te plaatsen!!
Ik moet wel zeggen dat ik lang over dit verhaal heb gedaan..pfoe Koosje,je had heel wat noten op je zang zitten. Maar wederom weer leuk!!!
kijk uit naar je volgende story!!
Kus
Ik viel bijna in slaap bij die economische toestanden.
Killahbeez supporten een winningstreak van twee games, dat je het maar effe weet.
Hey wanneer ben je terug? In Enschede zochten ze freestyle battle-kings om een bepaald feestje op gang te krijgen ;)
Je hebt weer een hoop gedaan zo te lezen! Leuk dat je Tokio een beetje hebt leren kennen, wil ik ook! Ik ben nu in Heeze voor t eerst in 3 weken, omdat ik het beetje druk had met alles. Geneve was leuk, studeren was druk en stage gaat goed/druk! Kijk uit naar je volgende klein verhaaltje :)
Leon
Klinkt alsof je een behoorlijk snowboard-pro bent geworden.. volgend jaar weer dan of niet?! En als Frank dan mee gaat valt er zeker wat te lachen.. Hij had dit jaar een interessante stelling: Je bent pas echt goed als je op een steen valt, en jezelf alleen met je pink opvangt! Ik, Loot en Joshua vonden dit natuurlijk risky en vragen om problemen.. Frank vond van niet en heeft ons punt duidelijk gemaakt..
gebroken pink
Rik
Een reactie plaatsen